161011KgaJFMD7D.R. Congo: Vrouwen in Kananga nemen hun toekomst in eigen handen

Zoals in de meeste sub-sahara landen, zijn in Congo de voornaamste activiteiten van vrouwen op het platteland gelinkt aan de landbouw wat in die landen ook de belangrijkste economische sector is. Landbouwactiviteiten vertegenwoordigen immers minstens 70% van de gezinsinkomsten.

 

 

161011KgaJFMD3

Maïs en niébé die op de gemeenschapsvelden geproduceerd werden

 
161011KgaJFMD8
161011KgaJFMD4
Het fabriceren van koekjes

In de afgelopen jaren leek deze activiteit aan belang te verliezen, vooral bij mannen en jongeren, die vinden dat kostbare ertsen vlugger grote inkomsten bieden. Sommige jongeren zetten zelfs hun studies stop om hun kans te wagen bij het zoeken naar ertsen.

Om deze mentaliteit in te dijken en om aan de aarde haar eer te geven, besloot het Centrum Bamamu Tabulukayi (CBMT) de productieve vrouwen te organizeren in groepen (OF) om gezamenlijk de aarde te bewerken. Met de financiële steun van KBA hebben deze vrouwen eerst kennis verworven. Zo werden de verantwoordelijken opgeleid in interne en externe communicatiestrategieën, in planning binnen een organisatie, in lobbyingstrategieën, en in het inbrengen van opvolgings-en evaluatiefiches in Excelbestanden zodat zij beter in staat waren om de activiteiten en resultaten op te volgen.

Nadien werden 500 leden van de OF uit de groene zone rond Kananga bijgeschoold in de agro-ecologische productietechnieken en verkoopstechnieken voor mais en bonen, terwijl hun animatrices en vertegenwoordigsters zich verdiepten in het beheer van zaden, oogst en organisatie van inkomstgenererende activiteiten. Deze vrouwen verzekeren niet alleen de voedselzekerheid van hun gezinnen, maar ze bekomen een hogere productie die hen toelaat de overschot te verkopen.

In de stad Kananga werden 460 vrouwen, leden van de OF, opgeleid in het stockeren en verwerken van landbouwproducten, in het fabriceren van koekjes op basis van maïs en niébé en in verkoopstechnieken.

De twee vrouwengroepen vullen elkaar aan. De eerste groep produceert maïs en niébé, en verkoopt  er een deel van aan de andere groep. Deze stockeert de productie in de graanbank. In deze bank wordt een deel behouden als zaad, een ander deel dient om tekorten aan te vullen tijdens het tussenseizoen. Ten slotte wordt een groot deel gebruikt voor het fabriceren van koekjes.